Jona moest bekennen. Hij zei: "Ik ben van het volk Israƫl.
Ik dien de God die alles gemaakt heeft. Hij wilde dat ik naar
Nineveh ging om een boodschap te brengen. Maar ik ben weggerend,
ik wilde me verstoppen. Ik ben de schuld van deze storm! Gooi mij
maar overboord, dan stopt de storm misschien!"
|