God had alles gemaakt om de mens blij te maken. Zij waren ontzettend blij en gelukkig!
Ze leefden in een hele grote prachtige tuin, het paradijs. God had ook een speciale boom
gemaakt. Zij mochten eten van alle heerlijke vruchten in het paradijs, behalve van de
vruchten van deze 'boom van de kennis van goed en kwaad'. Op de dag dat ze daarvan zouden
eten, zou de vriendschap tussen hen en God verbroken zijn!
|